Best practice Delft: 10 tips voor een succesvolle implementatie

17-01-2017 0 reacties

Jarenlang werkte Marlies van Arendonk als jurist bij de gemeente Delft. Inspraakronden en beroepsprocedures: ze maakte het allemaal mee. Nu is Marlies procesmanager Implementatie Omgevingswet en deelt ze haar ervaring.

Tip 1: zie de Omgevingswet als een kans

‘Participatie zit nu aan het einde van het traject van planvorming. Bouwplannen zijn vaak al helemaal uitgewerkt voordat de inspraakprocedures beginnen. Dan is het eigenlijk lastig nog goed open te staan voor afwijkende zienswijzen van burgers en bedrijven. Je moet hen vaak teleurstellen. De Omgevingswet biedt nu wel de kans om de inbreng van anderen te benutten. Namelijk door ruimte te geven voor initiatieven en door participatie al voor in het traject te organiseren. Zo vatten we de nieuwe wet in Delft ook op, als een kans. Het wiel opnieuw uitvinden, daar gaat het om.’

Tip 2: benader de implementatie als proces

‘Wat de Omgevingswet precies inhoudt, is nog niet bekend. De Algemene Maatregelen van Bestuur moeten daar eind dit jaar invulling aan geven. Daarmee is het einddoel van de implementatie ook nog niet helder. Je kunt er dan ook moeilijk een project van maken. Ook omdat je zo afhankelijk bent van andere partners. Waarvan je ook niet weet hoe zij zullen omgaan met de Omgevingswet. Vandaar dat we de implementatie managen als een proces.’

Tip 3: stel een divers regieteam samen

‘Een proces klinkt misschien wat vluchtig. Maar we voeren er een strakke regie op. In februari 2016 kreeg ik de opdracht om te starten met implementatie van de Omgevingswet in Delft. Het eerste dat ik deed, was een regieteam samenstellen. Daarin selecteerde ik mensen op basis van hun expertise. Zoals een strateeg, een jurist Ruimte Ordening, een beleidsspecialist Veiligheid, een adviseur Informatie en een communicatieadviseur. Maar minstens zo belangrijk zijn de verschillende menstypen. Van young professionals tot senior en van strategische denkers tot praktische uitvoerders. En ook, extraverte types en meer bedachtzame. Allemaal kijken ze verschillend tegen onze opdracht aan en dat maakt hun inbreng zo waardevol.’

Tip 4: werk stap voor stap van grof naar fijn

‘We werken van grof naar fijn. Van een brede en breed gedragen visie naar concrete plannen in de toekomst. Dit doen we stap voor stap. We hebben eerst het regieteam ingericht inrichten en de opdracht beschreven in een raamwerk, voerden we een impactanalyse uit.

Dat was stap 2. Vervolgens, in stap 3, formuleerden we onze visie op de implementatie van de Omgevingswet. Hoe groots willen we het aanpakken en met welke partners? Voor de conceptvisie organiseerden we in stap 4 een consultatie. Bestaande uit een workshop intern en een bijeenkomst met partners uit de stad en regio. En een bijeenkomst met bewoners, ondernemers en organisaties uit de stad. Dat we ‘de stad’ al betrokken bij het bepalen van onze aanpak is uniek. Ik ken geen andere gemeente die dat op deze manier deed. Maar ik kan het echt aanbevelen.’

Tip 5: toon lef en vertrouwen

‘Wat onze visie op de omgevingswet is? We hebben die geformuleerd in een aantal uitgangspunten. Zo stellen we dat de leefomgeving van ons allemaal is. Niet de gemeente schrijft voor wat goed is voor de burgers en bedrijven. Zij kunnen zelfstandig met elkaar tot oplossingen komen. Als gemeente zijn we er om hun wensen en belangen integraal af te wegen met oog voor het algemeen belang en binnen de kaders van de omgeving en regelgeving. Het is ‘ja, mits’ in plaats van het ouderwetse ‘nee, tenzij’. Deze nieuwe benadering vraagt om een andere houding van bestuurders en beleidsmedewerkers. Zij moeten lef en vertrouwen tonen. Dat is de rode draad.’

Tip 6: organiseer een rollenspel

‘In de Omgevingswet draait het om samenwerken. Het is dan logisch om de voorlichtingsbijeenkomsten ook interactief te maken. En het werkt, is mijn ervaring. Dat zagen we vooral met een paneldiscussie over een fictieve casus. Een projectontwikkelaar wil een monumentaal pand omvormen tot horeca, een kinderdagopvang met speeltuin en enkele oude bomen daar omheen kappen. Het rollenspel was een succes. Burgers gingen op de stoel van de gemeente zitten. Een beleidsmedewerker stortte zich fanatiek op de rol van architect. Toen we dit rollenspel met raadsleden deden, verbaasden zij mij enorm. Ongelooflijk fanatiek leefden zij zich in de posities van anderen in. Als mensen zich zo intensief inleven in een casus, maak je concreet wat de nieuwe Omgevingswet in kan houden.’

Tip 7: sta echt open voor nieuwe inzichten

‘Fris bloed leidt tot frisse ideeën. Dat merkte ik tijdens de bijeenkomsten met burgers en bedrijven in de stad. Hun enthousiasme is groot, ze denken graag mee over de invulling van de Omgevingswet en stellen kritische vragen. Hoe willen we als gemeente participatie organiseren? Waar begint en eindigt het? Kunnen we informatie zo actueel en eenduidig mogelijk aanbieden? Bijvoorbeeld met een app – een idee waar ik nooit op was gekomen. Verrassend vind ik ook het belang dat burgers en bedrijven in Delft hechten aan een duurzame omgeving. En hun zorgen over de dreigende tweedeling in de samenleving tussen arm en rijk, jong en oud. Wordt ieders stem straks wel gehoord in participatietrajecten?’

Tip 8: werk aan cultuurverandering (maar noem het niet zo)

‘Na de zomer zijn we begonnen met de 2 e fase van de implementatie. We hebben de thema’s uit de 1 e fase verder verdiept en de participatiemogelijkheden onderzocht. Dit als basis voor informatiestrategie op en werken het plan voor samenwerking in de regio verder uit. Daarnaast zetten we in op een cultuurverandering. Je moet het niet zo noemen, want daar krijgen mensen uitslag van, is mijn ervaring. Maar werken aan lef en vertrouwen heeft daar natuurlijk alles mee te maken. Mensen en organisaties in de stad zelf oplossingen laten verzinnen. Niet langer de fysieke omgeving dichttimmeren met regeltjes omdat wij zogenaamd de enige deskundigen zijn. Het is best eng om die vertrouwde manier van werken los te laten. Maar het moet gebeuren. We hebben anderen nodig om de fysieke omgeving in een veranderende samenleving vorm te geven.’

Tip 9: oefen nu alvast

‘Over de Omgevingswet en wat het allemaal voor je organisatie betekent kun je heel veel praten. Maar het is vooral een kwestie van ervaren, van doen. En die ervaring kun je nu al opbouwen. Behandel de eerstvolgende aanvraag voor een bouwproject maar in de geest van de nieuwe wet. Organiseer de participatie, breng partijen bijeen, faciliteer en ontdek waar je tegenaan loopt.’

Tip 10: zoek enthousiaste voorvechters

‘Ik vind het veranderproces heel boeiend. Door mijn verleden in de jeugdhulpverlening ben ik gewend om met groepen te werken. Van die ervaring profiteer ik nu. Bovendien ken ik als jurist het dossier van de omgevingswet goed. Ik weet hoe we werkten en hoe het vooral beter kan. En ik steun voor 100 procent de gedachte achter de Omgevingswet: de inrichting van de omgeving is niet aan de overheid maar aan de stad. Als je als gemeente serieus aan de slag wilt met de Omgevingswet dan moet je binnen je organisatie op zoek gaan naar enthousiastelingen, zoals wij van het regieteam. Met veel geduld en energie neem je dan de hele organisatie mee.’

0  reacties

Velden met een * zijn verplicht.